zaterdag 30 maart 2013

Vertellen in opdracht



'Alles vertelt een verhaal'... Is dat een open deur?
Nee hoor. Want het is nog maar de vraag of al die verhalen ook door iedereen kunnen worden gehoord, d.w.z. begrepen of verstaan. Alles om ons heen fluistert ons verhalen toe die wij doorgaans niet eens horen, druk als we zijn met onszelf, onze problemen, of onze behoeften van het moment. 'Alles vertelt' is dan ook figuurlijk bedoeld, zoals in: 'als deze boom kon vertellen'... De boom van Anne Frank bijvoorbeeld, die alles 'gezien' heeft. Of de ginkgoboom van Hiroshima die de atoomaanval overleefd heeft.
Maar wie hoort die verhalen dan wél, en geeft ze alsnog door? Dat zijn de kunstenaars onder ons, mensen met een bepaalde creativiteit; het vermogen om te horen of te zien wat anderen ontgaat. Het is van alle tijden dat er mensen zijn die een zekere gave of aanleg hebben om figuurlijke (d.w.z. niet letterlijk-verbale) verhalen in woorden en beelden om te zetten. Toekomstvoorspellers, sjamanen, dromenuitleggers: zij 'lezen' die verhalen en zetten ze om in taal. Een Navaho-medicijnman leest iemands kwaal, vraag of probleem in een zandtekening die hij daartoe maakt. Joseph, zoon van aartsvader Jacob uit de bijbel, duidde de dromen van de farao.
Minder indrukwekkend misschien, speelser zijn de talloze voorbeelden van vertellers die voor kinderen optreden, en stemmetjes geven aan knuffels of andere fantasiewezens. Maar ik ben ervan overtuigd dat het in wezen gaat om dezelfde, creatieve bron in ieder van ons. Het blijkt dan ook steeds weer dat kinderen die aanleg ook hebben, en spontaan kunnen gaan meevertellen.
En volwassenen? Die kunnen hun 'innerlijk kind' behouden hebben: 'Mij spreekt de blomme een tale', citeren we graag de Vlaamse dichter Guido Gezelle. Hij leerde ons dat de natuur 'spreekt' (=vertelt); maar dat geldt ook voor de dingen, gevormd door duizenden aanrakingen van mensen: ook zij vertellen hun verhaal. Een oud stuk gereedschap bijvoorbeeld vertelt zijn verhaal voor wie er gevoelig voor is. Er zijn vele heldervoelenden onder ons die jou een deel van je levensgeschiedenis kunnen vertellen aan de hand van zo'n voorwerp dat je lang bij je gedragen hebt.
Oefening: neem het eerste voorbeeld uit je directe omgeving waar je nu aan denkt; hou het in je hand en laat het vertellen...
Doorgaans is een vraag die je stelt of toch al met je meedraagt, aanleiding en verdere gids om zo'n verhaal te kunnen vertellen. Heb je een gast, dan kan het een vorm van wat diepergaand contact zijn om elkaar zo te vertellen, over een dierbaar ding in je woonruimte. De kunst is, al vertellend de beelden te vertrouwen die bij je opkomen, je intuïtie daarbij te laten spreken en zo een lijn te gaan zien...

Een bijzondere vorm van dit intuïtieve, vertellend duiden maak ik af en toe mee als mijn partner, Dorine Haveman, een bloemen-reading voor iemand doet, aan de hand van de foto van een bloem. De vraagsteller is door een bloem in zijn/haar omgeving getroffen, maakte er een foto van en stuurde deze op. De vraag die de inzender bezig houdt kan erbij gevoegd zijn, maar mag ook impliciet gebleven zijn. Het gegeven dat juist deze foto zó gemaakt is, en opgestuurd, impliceert de vraag. Ik vraag haar om voorbeelden. Dorine:
“Wanneer ik van iemand een foto van een bloem krijg, weet ik dat deze bloem de inzender spiegelt. De bloem spiegelt het heden, geeft een venster op het verleden en een blik op een mogelijke toekomst. Zo’n bloem toont zich een bondgenoot, heeft geen oordeel, maar steunt de inzender met de positieve, zachte kracht van hun ontmoeting. Hiervan heb ik voorbeelden genoeg. Een zee-aster, gefotografeerd op Rottumeroog, bemoedigde een vrouw meer aandacht te geven aan haar gevoel. Hij bevestigde haar idee dat ze alleen stond in haar interesses en ontwikkeling, maar vertelde haar ook dat dit niet veel langer meer zou duren. Haar naasten stonden op het punt eenzelfde ontwikkeling mee te maken als zij. De zee-aster drukte haar op het hart dat zij nu voor zichzelf even zorgvuldig en aandachtig moest zijn als voor een ander. Dat ze daar ook tijd voor mocht uittrekken. Een pioenroos liet een vrouw zien hoe ze in een verwarrende tijd leeft waar de heftige tegengestelde gevoelens elkaar snel afwisselen. Ook hielp het verhaal dat deze pioenroos haar vertelde haar zichzelf meer te beschermen en te beschutten, en meer aan haar eigen behoefte aan rust toe te geven. Speenkruid vertelde een vrouw dat zij er goed aan had gedaan te ontstijgen aan al te heftige emoties. Haar kinderen waren uit huis gegaan, en ook had zij haar baan verloren. De bloem complimenteerde haar dat zij haar negatieve gevoel had losgelaten en nu veel meer vertrouwde op haar gezonde verstand en gevoel voor redelijkheid”.
Zijn bloemen altijd lief en aardig?
“Een bloem kan ook confronteren: een klaproos liet zien hoezeer vrienden altijd klaar stonden voor iemand die dat niet opmerkte, of daar eigenlijk nooit over sprak. Dat gesprek is er toen natuurlijk wel gekomen. Ook kan een bloem aandacht vragen voor een lichamelijk probleem. Een hibiscus met een bijzondere kleur vroeg aandacht voor de ogen, waar iets mee aan de hand was.
Het is heel bijzonder wat een bloem die eenmaal de aandacht heeft gevangen, vertellen kan. Hij spiegelt gedachten, bezigheden, omstandigheden, emoties, gezondheid, levenshouding en levensgeschiedenis. Maar daarbij zijn deze ontmoetingen toch vooral een steun en geven helderheid, extra energie en inzicht... Is het niet wonderlijk dat de bloemen in je directe omgeving zo met je meeleven?”
Ja, denk ik dan, maar wel met dank aan de bloementolk!


vrijdag 18 januari 2013

Vertel je sterk!


Vertellen met een doel, 2

Opscheppen doen we allemaal wel eens. Meestal vinden we dat van onszelf niet netjes. Het kán, als grap, het is natuurlijk ironisch bedoeld, maar ondertussen...Toch tref ik nu een manier aan om eens gezond op te scheppen: laat het iemand voor je doen! Zeker als vertellen niet je sterkste punt is, is gezond opscheppen een kunst. Nee, het gaat niet om een complimentje, of pluimstrijkerij, maar om een waar verhaal (want goed geschreven) door niemand minder dan Poelika, een ervaren schrijfster, en bovendien speels, slim en grappig. Dit is haar voorstel aan jou:


Droomheldverhaal

'Ik ben een held in het diepst van mijn gedachten...' (een variatie op Willem Kloos).

Het is heerlijk om weg te dromen bij verhalen over helden en heldinnen die dingen doen en kunnen die jij nooit voor elkaar zult krijgen. En waar je trouwens in het echt ook te lui/onhandig/angstig/conservatief voor bent. En ook al weet je dat jij nimmer zo'n held zult zijn, toch fantaseer je er weleens over dat alles je lukt, dat iedereen je leuk vindt, of lief, of knap, of alles tegelijk. Dat je bewonderd -of gevreesd- wordt en geliefd bent.
Hoe zou je het vinden om weg te dromen bij een verhaal waarin jij nu eens de held was?Vertel mij waar je van droomt, wat je zou willen doen, wat je zou willen kunnen. Waar je niet goed in bent, waar je bang voor bent. Wat je niet zo leuk vindt van jezelf.
Ik schrijf een verhaal met jou in de hoofdrol. Als held.
En geloof het of niet: als je het leest, zal het net echt zijn. Het zal zijn of jij echt zo dapper, zo goed en zo handig was, en of je echt al die dingen hebt meegemaakt.

Voorbeelden
Wie fantaseert er nooit dat hij een held is? Sterk, gewiekst, charmant en toch ook zo diep-menselijk als James Bond? Dapper en slim als Wiske? Bloedmooi en onoverwinnelijk als Lara Croft? Of droom je weleens dat jij eigenlijk een prinsesje was, dat liefdevol is opgevoed door gewone mensen maar op een dag zal worden opgehaald door de koning en koningin? Ben je in je verbeelding een lenige kat, een schitterende poema, een edel paard of een betoverende eenhoorn? Een ruimtereiziger of piratenkapitein? Of wou je wel eens, heel eenvoudig, dat je wat minder bang was voor spinnen, honden, lange mensen, stoere mensen, succesvolle mensen, luidruchtige mensen, je baas of enge feestjes? Baal je soms dat je lui bent, niet zo ambitieus, niet zo rijk, niet zo handig, niet zo vergevingsgezind, aardig, sterk, vrolijk, slim, slank, breed, dapper of grappig? Heb je van die dromen waarvan je weet dat ze nooit uit zullen komen? Dat je beroemd zanger was, danseres, skischansspringer, courtisane, gigolo, presentator of wetenschapper?
In een verhaal kan alles.
Ik schrijf jouw heldenverhaal. Lees het. Droom erbij weg. Nieuwgierig? Ook naar Poelika's eigen verhaal? Lees verder


woensdag 16 januari 2013

Vertellen met een doel



Als we vertellen, schuiven we vaak wat dichter naar elkaar toe, soms letterlijk: “Vertel eens, hoe is het gegaan?” Uit onze lichaamstaal blijkt vaak hoezeer vertellen een sociale bezigheid is.
Toch vertellen we niet alleen voor het plezier. Met de herleving van deze oude kunst ontstaan allerlei vertakkingen onder het motto: waar kun je vertellen zoal voor gebruiken? Het is een (zenuw)trekje van onze tijd, dat we graag overal het nut of de toepassing van zoeken. We ontdekken dat je een verhaal kunt toesnijden op een bepaalde behoefte, om iets over te dragen of duidelijk te maken wat met informeren alléén niet zou lukken. Het gaat meer om aanvoelen dan om op te hoogte te zijn van de feiten. En het gaat om motivering van mensen om ergens in te veranderen.
Geen 'briefing' dus, maar alleen een goed verhaal kan daartoe inspireren; louter informatie op basis van feiten en gegevens kan weliswaar helpen om de realiteit te kennen, maar vreemd genoeg niet motiveren om er ook iets aan te doen.
Een voorbeeld zijn de stapels harde feiten over de milieuproblemen. We knikken van ja en draaien toch die verwarming niet lager, of eten lekker door aan blauwe tonijn die met uitsterven wordt bedreigd. Een goed verhaal verleidt om in beweging te komen, al hoeft dat uiterlijk niet direct duidelijk te zijn. Want dat is eigen aan motivatie: mensen komen eerst innerlijk in beweging, en zetten dat op den duur pas om in handelen.
Een verhaal bevat altijd meer dan beschrijving en uitleg: impliciet reist een boodschap mee. Het is de bekwaamheid van de verteller hoe hij die verpakt: niet te vet, liever licht en speels, soms zelfs door de 'moraal van het verhaal' er met een kwinkslag aan toe te voegen. Dat maakt vertellen een instrument ('tool') voor de overdracht van subtielere informatie, die met expliciete uitleg verloren zou gaan.
Daarom ook heeft een goed verhaal een verteller nodig, die weet van 'brengen'. Vertellers zijn specialisten. Ze kunnen zich bekwamen op een gebied. Denk bijvoorbeeld aan verhalen maken voor het onderwijs, maar ook voor reclamedoeleinden, of voor het helder en begrijpelijk overbrengen van medische informatie.
De basis blijft dat gewone vertellen, zonder al te veel nadruk. Je kunt bij alle fundamentele behoeften in het leven (eten, ademen, lopen, seks) wel allerlei doelen nastreven, maar terwijl we bijvoorbeeld de godganse dag met een dieet bezig kunnen zijn, gaan we toch ook gewoon gezellig uit eten; vinden in wandelen het plezier in lopen terug; en vrijen zonder de bedoeling ons voort te planten. Met onze meer geestelijke behoeften is het niet anders. Vertellen is voedsel voor de ziel. Zonder dat gewone vertellen zouden we innerlijk verkommeren. Zelfs kluizenaars en mystici bidden urenlang tot God of Maria: vertellen moet, juist in de woestijn!

Wát we elkaar vertellen kunnen bestaande verhalen zijn, óf ze ontstaan als je put uit eigen belevenissen of verbeelding. Er is een schat aan orale en geschreven literatuur, waar we in ons leven van meepikken. Daarbij voegen zich de verhalen die we onszelf vertellen, óver onszelf, en over anderen, en over de wereld, hoe we die zien en zouden wensen. Dagelijks ontstaan er zo nieuwe verhalen, die vervolgens worden herverteld, aangepast en bijgeslepen, vaak dus met een bepaalde bedoeling.
En zó ontstaan allerlei toepassingen. Het kan bijvoorbeeld heilzaam zijn om het verhaal over jezelf, dat je al een leven lang in je meedraagt, eens te herzien. In psychotherapie wordt dit hervertellen als instrument gebruikt. Een depressief mens kan baat hebben bij een optimistischer verhaal. Zonder de feiten te verdraaien kan tóch een zonniger kijk op het leven ontstaan. Onderwijzers en leraren ervaren dat een goed gekozen verhaal de groep of klas als bij toverslag van stemming kan veranderen. En in het bedrijfsleven kan een goede vertelcoach helpen om het bedrijfsverhaal nou eens goed en positief over het voetlicht te brengen.
Dit laatste dan liefst zonder valse voorstelling van zaken. Want vertelkunst, ook in haar toepassingen, kan bedrieglijk zijn: dezelfde kracht van verhalen – en van meeslepende vertellers – kan zowel motiveren als mánipuleren. De leugen van de reclame is aanvaard en wordt massaal gedoogd. Eerlijk of oneerlijk, kan goed vertellen heel effectief zijn.
In volgende afleveringen van dit blog wil ik met enkele voorbeelden van toegepast vertellen laten zien hoe anderen daar mee bezig zijn.

woensdag 19 december 2012

Is vertellen nog van deze tijd? *)



Hartje winter, volop vertelseizoen. Het roept bij mij de vraag op of we niet allang liever voorlezen dan vertellen. Ik geloof dat voorlezen het verreweg gewonnen heeft van vertellen (=zonder tussenkomst van geschreven tekst). Het is zoveel gemakkelijker, je hebt al tekst, samenhang, een onderwerp, een goed verhaal. Al je energie kun je besteden aan uitspraak, expressie, tempo, pauzes, intonatie. Goed voorlezen is zeker een kunst, maar toch: je hoeft het maar op te lezen of, beter gezegd, voor te dragen, te 'brengen'. En je hoeft niet meer bang te zijn voor een blackout, het boek helpt je wel verder.
In mijn cursus hoor ik vaker dat mensen om die reden aan hun kinderen liever voorlezen dan rechtstreeks vertellen: het is minder vermoeiend.
Ook zijn er meer leesclubjes in Nederland dan vertelkringen. Men leest thuis hetzelfde boek en praat daarover in de groep. In de groep voorlezen of voordragen wordt ook wel gedaan.
Een bijzondere vorm daarvan is natuurlijk het voorlezen van heilige teksten, zoals in kloosters tijdens de maaltijd. In veel christelijke gezinnen doet men dat ook nog. Het komt er dan op aan dat de voorlezer zich innerlijk verbindt met wat er staat, en niet alles monotoon opdreunt. Goed lezen is een kwestie van, al lezende, tasten naar de betekenis in, maar ook áchter de woorden.

Al die manieren van mondelinge overdracht, met of zonder tekst, kunnen uitstekend naast elkaar bestaan; toch is het jammer als het rechtstreeks, levendig vertellen in onbruik raakt. En dat schijnt wel zo te zijn; of het wordt alleen nog beschouwd als iets voor kinderen vóór het slapen gaan. En dan nog wordt er steeds meer voorgelezen. Het aantal voorleesboeken blijft groeien. Vertellen lijkt zelfs met voorlezen vereenzelvigd te worden. Het gebeurt mij wel dat ik in een krant word aangekondigd als 'Jac Vroemen leest voor', terwijl ik was gevraagd om te komen vertellen. Onder een foto waarop ik zonder boek zit te vertellen in een kinderkring stond 'leest voor'. Omgekeerd, las ik een keer 'De burgemeester vertelt', terwijl hij toch duidelijk met een open boek in de klas zat. Het maakt me nieuwsgierig: is vertellen zonder boek of tekst nog wel van deze tijd? Ouders die het nog doen voor de kleintjes weten hoe leuk het is, maar ook hoe vermoeiend soms, als je na een lange werkdag nog iets uit je duim moet zuigen. Maar veel ouders doen het nog altijd met veel plezier: het verhaal in eigen woorden hervertellen, of zelfs helemaal verzinnen, zodat het nog kan groeien terwíjl je vertelt is scheppend werk!
Dat creatieve vertellen mag niet onder de huidige tijdsdruk verdwijnen. Want er is meerwaarde. Tijdens workshops heb ik de proef op de som genomen: ik las een kort eigen verhaal voor, en vervolgens vertelde ik een vergelijkbaar eigen verhaal rechtstreeks. De reacties waren unaniem, dat er bij rechtstreeks vertellen meer contact is.

Met leesgroepen heb ik weinig ervaring. Van vertelkringen kan ik zeggen dat het een zekere discipline vraagt, met name om iedereen met zijn verhaal aan bod te laten komen, en niet te verzanden in gebabbel; maar als iemand die orde bewaakt lukt dat meestal aardig. Een vertelkring, ontstaan uit mijn eerste vertelcursus ooit, komt al meer dan twintig jaar maandelijks bij elkaar. Voor mij het bewijs dat mensen een onuitputtelijke bron van verhalen kunnen zijn, en daarin groeien.

Natuurlijk kan voorlezen ook boeiend zijn. Maar dan vertelt het boek. Je ziet kinderen dan vaak niet eens kijken naar de verteller, maar naar het boek, waar het verhaal kennelijk uit te voorschijn komt.
Toch geef ik de voorkeur aan het 'levende boek', de verteller. Het vraagt energie, voorbereiding, maar het loont. Vertellen zonder boek is intiem. Dat maakt het ook tot een kleinschalige gebeurtenis. Het verhaal omspint de luisteraars, maakt er een momentane gemeenschap van, die door de gezamenlijke aandacht deel wordt van het verhaal.
De keren dat ik wel eens voor een grote zaal ben opgetreden, heb ik het toch meer beleefd als cabaret dan vertellen. De mensen zitten 'klassikaal' voor je, niet in een halve cirkel om je heen. Je kunt de gezichten niet zien.Vertellers willen dat visuele contact, geen onverlichte zaal.
Dit is misschien een van de redenen dat vertellen uit de tijd lijkt: een tijd waarin massa, meerderheid, volte en snelheid (het spreektempo van de meeste cabaretiers en hun heen-en-weer – gedraaf is ijzingwekkend) op de voorgrond staan.Vertellen hoort bij kleinschaligheid; en bij vertraging. Misschien is het daardoor dat vertellen, ook in zijn nieuwere vormen, een stap terug lijkt. Ik vergelijk het graag met de ontwikkeling van 'slow food' boven snacks, eten aan de bar, drive-in restaurants en andere snelle eetgewoontes van vandaag (zie ook mijn vorige blog); en beroep mij op een uitspraak van de bekende trendwatcher Lideweij Edelkoorn, die een beweging naar kleinschaligheid op alle gebied voorspelt. Vertellers raad ik aan zich daarop te bezinnen, en zich niet blind te staren op de eigen grote doorbraak naar een massapubliek. Dat zit er meestal gewoon niet in, omdat het niet bij vertellen hoort.
Word je toch een keer gevraagd om voor grote zalen op te treden, prima. Maar bedenk dan dat je van de kunst van vertellen switcht naar een verwant beroep: ofwel dat van acteur, of van cabaretier. Natuurlijk kan dat een sprong voorwaarts voor je betekenen.

*) Ondertussen per email de uitnodiging ontvangen voor een Rondetafelgesprek op 20 januari 2013, over de plaats van vertellen in de samenleving van nu. Raymond Boestert, verteller van het jaar 2012, en de Stichting Vertellen hebben hiervoor een aantal interessante vragen opgesteld zoals: hoe komt het vertellen aan haar soms wat stoffige en oubollige imago? Plaats: Oudegracht 230 Utrecht. Tijd: 14 – 17 uur.Opgave bij Gotfried van Eck: gvvaneck@telfort.nl

PS: a.s. 21 december vertel ik in De Magische Bongerd winterverhalen, Tolakkerlaan 9 Zeist. Opgave Debora Zachariasse, 0619800643. Er zijn geen plaatsen meer de 21e, maar bij voldoende belangstelling is er 4 januari een herhaling.

zondag 25 november 2012

Wintervertelling (15)


Wat betekent winter? Iedereen heeft er zijn eigen beelden bij, herinneringen en ervaringen.
Is het de kou en de nattigheid waar je het eerst aan denkt? Of schaatsen. Of sneeuwballen gooien.
Ik ga voor de mooie herinnering. Verglansd door de tijd, hangt er een zoete weemoed om onze kinderspelletjes. Nog wat langer op mogen blijven, we hadden 's avonds in de schemer een glijbaan gemaakt door een paar emmers water uit te gieten over straat, wat meteen bevroor. De verrukking van elkaar te mogen vastgrijpen, als je net wat harder doorgleed dan het meisje vóór je.
Of de plaksneeuw, en het eerste winterwonder van een sneeuwbal die al rollend reusachtig groot werd. Dan samen sjouwen en stapelen voor een sneeuwman.
Of die andere winter dat de sneeuw lang bleef liggen, we gingen met onze sleetjes tegen de heuvel op en stoven naar beneden, geluidloos glijdend, zonder wielen, door de snijdende wind!
Of later, pubers al, de avonden op de ijsbaan: blikkerige muziek schalde uit luidsprekers aan de bomen. Het – dit keer – onbereikbaar geworden meisje, dat telkens aan je voorbij zwierde...ook wel omdat ze beter kon schaatsen. 's Avonds doorgloeid en vermoeid thuis komen, toch gelukkig: er was warme chocolademelk en je vader las nog voor... óf: vertelde! Dat maakte verschil, want als hij las, 'vertelde' niet hij zelf, maar het boek, zo voelde dat.
Vertelde hij zelf, rechtstreeks dus, 'uit het blote hoofd' (“by heart”), dan was dat een andere beleving, het was net of mijn vader dan dichter bij je was. Als hij voorlas deinde je mee op zijn stem en dat was ook wel fijn, je had dan de ruimte om een eigen verhalenland binnen te gaan.
Winter, het seizoen van de vieringen, en van de verhalen. Ik lees dit keer niet voor, maar vertel. Het gebeurt in het tuinhuis van De Magische Bongerd, www.demagischebongerd.nl, een mooie natuurboerderij, imkerij en kruidentuin tussen Zeist en Utrecht, in het dromerige landschap van de Kromme Rijn, de rivier die altijd meevertelt.
Waarover? Talloos zijn de winterverhalen uit de literatuur. Ik ga er uit putten, vertel een verhaal van Anton Tsjechov en – na de pauze – schelmenverhalen uit de Decamerone: een rijke Europese traditie. Shanti Prins speelt op de harp.
Voor verhalen van eigen hand, zie mijn blogs 'haikujac' en 'vertelwerk' 

wakker worden in
dit stille licht en weten
het heeft gesneeuwd


Met Jac Vroemen, verhalen van Tsjechov en Bocaccio’s Decamerone;
en Shantie Prins, harp
Tijd: vrijdagavond 21 december, 20.00.
Plaats: De Magische Bongerd, Tolakkerlaan 9, Zeist.
Kaarten 7 euro (voor volwassenen)
Aanmelden: 030-6992888 of info [at] demagischebongerd {punt} nl

dinsdag 13 november 2012

Sint gaat suikervrij! (14)



Sint Nicolaas zat aan z'n baard te pulken, terwijl hij de correspondentie van die ochtend doornam. Er was een brief bij van een klein meisje uit Bunnik, Holland, dat vroeg of het waar was dat je Sinterklaas aan z'n baard mocht trekken, voor echtheidscontrole. Zoveel hulpsinten waren anders niet van echt te onderscheiden. Een jongetje uit Doorn schreef dat zijn vader een paarse pantoffel had gevonden bij het schoon maken van de dakgoot, en of een van de Pieten er een kwijt was. En een ander jongetje, uit Driebergen-Rijsenburg, schreef dat ze paardenvijgen hadden gevonden op de trap, en of Sint Nicolaas voortaan buitenom wilde komen. Actieve buurt daar, mompelde Sint.
En dan was er nog die brief van een groep wijze ouders, zich noemende ANTI-SNOEP LOBBY. Snoep was kindervergiftiging, schreven ze, vanwege het hoge suikergehalte. Dat was wetenschappelijk aangetoond. Ook suikervervangers waren vaak schadelijk, zoals saccharine. Zelfs de zg groene winkels gingen niet vrijuit. Waarom, in 's Heren naam, liet de Sint zich nog steeds heilig noemen, als toch sinds jaar en dag, in zijn naam en onder zijn beeltenis, kinderen vergif kregen? Ze werden sloom en sjachrijnig van suiker, dat was toch algemeen bekend? Moest, na asbest en tabak, ook het gevaar van suiker eerst nog weer eens blijken uit nóg meer onderzoek?!

En die actie 'snoep met mate', zoals een oecumenische Sinterklaasvereniging uit Maarn (wat was er toch gaande in dat Heuvelruggebied?!) dit jaar aangespannen had, was uiteraard zinloos, zolang Sint zijn Pieten letterlijk met snoep liet SMIJTEN!
Nee, alleen veilige versnapering kon er mee door voor deze activisten, en de groep zou dit jaar een grote actie houden. 'Wij zijn heus geen zuurpruimen of misbaksels', schreven ze nog. Dat laatste kon Sint vaststellen aan de hand van een bijgesloten kleurenfoto van de actiegroep. Fleurige jonge moeders met onbespoten appelwangen waren erop te zien, en sportieve vaders in strakke, goed gewassen spijkerbroeken.
Hun eisen: op alle snoep in de vorm van Sinten en Pieten, moest komen te staan:
'Brengt de gezondheid ernstige schade toe' en, 'Snoepen kan dodelijk zijn'.
Sint Nicolaas zuchtte. Weer van die goedwillende jongeren, die niet wisten dat hij zelf zich al jarenlang verzette tegen suikerhoudende snoep! Zijn eigen post werd immers hardnekkig door binnenlandse veiligheidsdiensten tegengehouden, die werden aangestuurd door de internationale suiermaffia! Neem nou Zijn eigen protesten tegen het straffeloos gebruiken van Zijn naam en beeltenis in al die foute snoepwinkels. Hij had zelfs al meerdere malen geprobeerd de zaak bij het Europese hof in Straatsburg aanhangig te maken. Maar nergens nooit gehoor gekregen. 'Hier!' Mompelend viste hij de brief uit een hangmap, met het logo van het Hof en las zichzelf voor:
'Uwe doorbakken doorluchtigheid,
Aangezien u officieel niet bestaat, en wij ook al lang niet meer aan u geloven, is uw klacht over het ongeoorloofd gebruik van uw naam en beeltenis door ons niet ontvankelijk verklaard.'
Ongeloof als bron van alle kwaad, zuchtte de meervoudig-bejaarde. Er werd geklopt..
Het was Piet de Opper-hermafrodiet, die een stapel flyers bracht.
'Zzo ggoed, Sjinterklaas?' vroeg hij, met die dikke tongval, als van teveel alcohol, die Pieten nu eenmaal eigen is. De zwaar bedrukte velletjes papier bevatten, in pseudo-chocoladeletters, teksten als: "HOEDT U VOOR DE SUIKERSINT. HIJ HOUDT NIET HEUS NIET VAN HET KIND"
en
SNOEP VERSTANDIG, EET EEN APPELSIENTJE.
Sinterklaas was het er helemaal mee eens. Bedoeling was de pamfletten vanuit de stoomboot over de kade te laten wapperen, zodra Sint in Wijk bij Duurstede, Holland, af zou meren. Kijken of het dit keer lukte. Bij eerdere pogingen waren ze door de Lek gespoeld vóór ook maar iemand ze gelezen had. Gelukkig waren ze van oplosbaar papier.

zondag 4 november 2012

Sprookjes (13)



Sprookje. Wat roept het bij je op? Een flarde, of een enkel beeld, als ik ernaar vraag in de cursus, iedereen komt wel met iets. Vaak een schijnbaar onbelangrijk detail, maar in de tijd wezenlijk gebleken. Dat je op tijd steentjes in je zak moet stoppen in plaats van kruimels bijvoorbeeld, omdat vogels ze wegpikken zodat Klein Duimpje de weg naar huis niet meer kon vinden. Dat het lelijke eendje zo zielig was; het geluksgevoel, toen het een zwaan bleek! Dat het ging sneeuwen als Vrouw Holle de dekens schudde. Dat er koekjes en een flesje wijn voor grootmoeder in Roodkapjes mandje zaten. Dat de kleine zeemeermin haar prachtige stem offerde om benen te krijgen opdat de prins haar zou beminnen. Dat de kunstnachtegaal het toch niet haalde bij de echte nachtegaal. Dat de prinses (Rapunsel) de prins aan haar gouden vlecht omhoog liet klimmen. Dat het stoeltje van de kleinste beer 'krak' zei toen Goudhaartje er op ging zitten. Dat...

Het zit in het woord. 'Sprookje'. Woorden hebben kracht, een energetische lading.
Die lading kan ook kantelen naar negatief, weten we, afhankelijk van situatie en context. Als ik bijvoorbeeld uitleg wil over een nieuw apparaat of werktuig moeten ze me in de bijsluiter geen 'sprookjes' vertellen. De connotatie is dan geworden dat sprookjes alleen nog maar lievige kinderverhalen zouden zijn.
Een proces van vertrutting, dat toch niet de kracht heeft gehad om het oorspronkelijke verhaal (afkomstig van sproke, het gesprokene: dat wat de moeite van het doorgeven waard is) teniet te doen. Vergelijk het maar met een woord als 'mythe', waar hetzelfde mee gebeurd is: mythe als oeroude, kosmische kennis (lees Joseph Campbell), en mythe als vals, misleidend verhaal.
Het is de kracht van een niet zichtbare wereld, waar sprookjes en mythen, in hun oorspronkelijke betekenis, ons in de kinderjaren mee in aanraking brachten. Hun beeldenrijkdom is grotendeels verdwenen in het onderbewustzijn. Maar, als we in het dagelijks leven onverwacht dieper dan normaal ergens door geraakt worden, kan uit die verborgen schatkamer opeens iets wonderlijks aan de oppervlakte van het dagbewustzijn treden. Min of meer zoals de verrassing, wanneer je een jaren geleden kwijtgeraakt sieraad met spitten of harken in de tuin vindt. Of, stel, je loopt op een mooie herfstdag door het bos en geniet van de kleuren van de bladeren, die over het pad een heel tapijt vormen. Vanuit de stemming waarin het wandelen je gebracht heeft, associeer je dat onwillekeurig met een loper van bladgoud, die daar speciaal voor jou ligt. (Als andere wandelaars het niet zien is dat nog waar ook). Je krijgt er een goed gevoel van: Vrouw Holle heeft die gouden loper voor jou uitgelegd! Je hebt het goed gedaan de laatste tijd, goed voor haar gewerkt, en mag tevreden naar huis.
Dat 'Vrouw Holle' een vertelrest is die staat voor de oorspronkelijke aardmoeder of aardgodin, is je er vroeger vast niet bij verteld, maar het is misschien nog voelbaar geweest in dat sprookje.

Of dit laatste allemaal wetenschappelijk vast staat weet ik niet. De relatie tussen Vrouw Holle en de aardgodin is speculatief. Maar kan een goed verhaal onwaar zijn? Sprookjes en sprookjesachtige verhalen gaan over een parallelle werkelijkheid. Ze vragen om een intuïtieve benadering, meer dan om een historisch-wetenschappelijke, waarbij je het onderwerp van een afstand bekijkt, om een antwoord te vinden op vragen als hoe oud sprookjes eigenlijk zijn, of uit welke cultuur ze oorspronkelijk stammen; of ze veeleer, onafhankelijk van culturele uitwisseling, op meerdere plaatsen en momenten ontstaan zijn.

Meer ambachtelijk en kunstzinnig, dan wetenschappelijk-objectiverend is bij voorkeur mijn benadering van vertellen.
Het is achteraf dan ook wel begrijpelijk dat ik onlangs tijdens een symposium op het #Meertens instituut in Amsterdam ietwat vervreemd zou raken bij het luisteren naar lezingen over sprookjes. 2012 is door Unesco uitgeroepen tot Grimm-jaar, omdat de gebroeders Grimm 200 jaar geleden begonnen met het aanleggen van hun beroemde verzameling, die na de bijbel het meest gedrukte en verspreide boek op aarde is geworden. Overal wordt dat gevierd. Een voorbeeld is de stad Zwolle, die het hele jaar in het teken van de beroemde sprookjes staat.
Logisch dat het Meertens instituut, bekend van de romanserie van Voskuil maar toch vooral hoedster van het onderzoek naar de Nederlandse volkscultuur, en dus zeker ook van de volksverhalen, daar op z'n minst een symposium aan wilde wijden.
Maar wat een tempo. Zeven inleidingen bevatte de dag. Van een levendige gedachtenwisseling kon nauwelijks sprake zijn. Een paar plichtmatige vragen tussen de lezingen in was het meest haalbare. Onderwerpen als 'Genrekwesties in tekst en receptie van de Duizend en een Nacht', 'De bronnen van de gebroeders Grimm, over de herkomst van toversprookjes' en 'Hoe universeel zijn de verhaalstructuren van sprookjes', garandeerden weliswaar inhoudelijk een hoog informerend gehalte, maar of en hoe die informatie verder kon gedijen bij de toehoorders onttrok zich aan mijn waarneming. De meeste inleidingen werden zo snel voorgelezen dat men beter de volledige tekst had kunnen uitdelen.
Onvoldoende had ik mij gerealiseerd dat, gezien het programma en de functie van een historisch onderzoeksinstituut, de inhoud louter wetenschappelijk zou zijn, wat ook de afstandelijke vorm bepaald heeft. De laatste lezing was daarvan wel het grappigste voorbeeld. Inleidster Vanessa Joossen vertelde met een kwinkslag dat zij niet eens van sprookjes hóudt; ze is ooit geboeid geraakt door debatten over sprookjeskritiek, en kwam daardoor tot haar boek 'Critical and Creative Perspectives on Fairy Tales'. Daarin wordt met name Bruno Bettelheim, die in de jaren '60 en '70 betoogd heeft dat sprookjes voor kinderen een belangrijke therapeutische waarde zouden hebben, sterk gerelativeerd.
Ik geloof ook wel dat Bettelheim die vizie te ver doordreef. Men moet, denk ik, de betekenis en functie van verhalen niet tot op het bot willen analyseren. Ten laatste ontgaat het je dan toch. Het geheim van goede verhalen valt niet te kraken; en misschien moeten we dat niet eens proberen, net zo min als we ooit zullen ontdekken hoe een kat kan spinnen (of zijn spinnende katten al eens door een scanner gehaald?). Verhalen worden doorgaans niet verteld met een bepaald doel. De bédoeling is diffuser. De strekking ervan 'komt aan', mits er goed wordt verteld en geluisterd.
En wat dát inhoudt kwam die dag niet aan de orde. Nogmaals, het stond ook niet op de agenda maar toch: was er nou maar eens één iemand geweest, een verteller, die één keer, kort, een sprookje goed verteld had die dag. Of uit eigen ervaring verteld had wat er met kinderen gebeurt die naar sprookjes luisteren; de betovering metterdaad had kunnen overbrengen. Het zou allemaal wat minder boven de aarde gezweefd hebben. Nu deed het geheel mij af en toe denken aan schoenverkopers die zelf nooit in de schoenen die ze aanprijzen gelopen hebben, of vlinders leren kennen door ze op te prikken.